Cursus Inleiding beheer natuurgrasland

Speciaal voor onze leden organiseren we in Rouveen opnieuw de cursus Inleiding Beheer Natuurgrasland, in samenwerking met Aeres Hogeschool Dronten. De cursus bestaat uit 3 hele dagen en is bedoeld voor ondernemers die kennis willen maken met natuurlijk graslandbeheer en voor loonwerkers en anderen, die beheer op natuurgrasland uitvoeren in opdracht van een grondeigenaar. Met het volgen van deze cursus voldoet u aan de kenniseis die o.a. Staatsbosbeheer stelt ten aanzien van het beheer van natuurgraslanden.

 

Praktische informatie en aanmelden

Locatie: Boerderij Eben Haezer (Koetuur), Postweg 2 te Staphorst

Data: op donderdagen 12 september, 26 september en 10 oktober 2024.

Programma: inloop 9:00 uur, start 9:30 uur, lunchpauze 12:00 – 13:00 uur, excursie 13:00 – 15:00 uur

Kosten: € 425 per deelnemer (ex btw)

Inbegrepen zijn de drie lunches en het boekje ‘Ontwikkelen van kruidenrijk grasland’ van Wim Schippers.

Niet-leden kunnen deelnemen tegen meerprijs van € 75 ex btw, mits de maximum groepsgrootte met leden nog niet is bereikt.

Groepsgrootte: minimaal 15, maximaal 25

 

Inhoud

In deze cursus komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Leer kijken door de bril van de natuurbeheerder; wat zijn zijn/haar doelen? Wat is het verschil tussen agrarisch natuurbeheer en natuurbeheer?
  • Welke maatregelen kun je nemen voor het verhogen van de biodiversiteit?
  • Probleemkruiden; welke soorten zijn typerend voor welke omstandigheden. Ook goed om te weten: niet alle probleemkruiden zijn ook een probleem voor de natuur.
  • Verschraling; het hoe, wat, waar en waarom.
  • Verschillende manieren van graslandgebruik: wat zijn de effecten van verschillende manieren? Maaien of beweiden? En hoe dan?

De inhoud van de cursus is gericht op de regio Rouveen, en hangt mede af van de onderwerpen die de deelnemers inbrengen. Na afloop kennen cursisten de basisbeginselen van natuurlijk graslandbeheer en hebben ze onder andere kennis gemaakt met de meest voorkomende natuurdoeltypen en beheermaatregelen.

 

Klik hier om aan te melden

De verpachte graslandpercelen zijn weer geschouwd

De afgelopen weken zijn het overgrote deel van de 335 graslandpercelen in natuurgebied Olde Maten en Veerslootlanden geschouwd. Dat wil zeggen: alle percelen zijn, verdeeld over vijf schouwblokken, bezocht door schouwcommissies. Elk blok heeft een schouwcommissie die – in overeenstemming met het controleprotocol – is samengesteld uit een bestuurslid van de ANV, een pachter en boswachters van Staatsbosbeheer en wordt bijgestaan door een medewerker van de ANV. Algemene indruk van de schouwcommissies  is dat het gebied er goed beheerd bij ligt. De schouwblokken zijn: Postweg-Stouweweg, Zwartewaterkloosterweg, Rechterensweg, Olde maten-Zuid en Veerslootlanden.

Bevindingen
De bevindingen van de schouwcommissies over 335 graslandpercelen zijn samengevat als volgt:

  • 311 percelen zijn beoordeeld. 24 percelen konden niet beoordeeld worden.
  • Bij 196 percelen (63%) waren er in het geheel géén aanmerkingen.
  • Bij 97 percelen (31%) waren er aanmerkingen t.a.v. het door de pachter uitgevoerde beheer.
  • Deze aanmerkingen betroffen voornamelijk constateringen als: gras niet kort genoeg de winter in (30), ongewenste materialen aanwezig (19), perceelsrand onvoldoende gemaaid (18) of de kopakker te ruig (17).  Op een klein aantal percelen lagen nog balen in het perceel, was het gemaaid gewas onvoldoende geruimd of sprake van ernstige insporing door zwaar materieel of liepen tegen de voor dat perceel geldende regels in nog schapen. De betreffende pachters zullen hierover persoonlijk worden geïnformeerd met het verzoek om beter rekening te houden met de beheervoorschriften.
  • Bij 18 percelen (6%) waren er andere aanmerkingen, bijvoorbeeld over overmatige overgroei vanuit de boksloten, nog te verwijderen gezaagd materiaal of  over het door Staatsbosbeheer uitgevoerde beheer

 

 

Op 4 december vond de schouw plaats in het blok Zwartewaterskloosterweg, een winterse ochtend.

 

Selectieprotocol blijft het uitgangspunt

In onze nieuwsbrief van 12 oktober schreven we over de wijziging van de procedure verpachten grond door Staatsbosbeheer. Aanleiding voor die wijziging was het zogenaamde ‘Didam-arrest’. Pachters hadden hierover rond 1 oktober jl. een brief ontvangen. De vraag die in dat artikel open bleef staan was of voor de Olde Maten het selectieprotocol voor uitgifte van vrijgekomen pachtgrond het uitgangspunt kan blijven. Met onze contactpersonen van Staatsbosbeheer stelden we vast dat het protocol op zichzelf lijkt te voldoen aan de regels voor openbaarheid en gelijkheidsbeginsel. 

Van Staatsbosbeheer ontvingen we vandaag het bericht dat wij het selectieprotocol voor uitgifte van vrijgekomen pachtgrond inderdaad kunnen blijven hanteren. Dat betekent dat wij pachtgronden die per 1 januari a.s. pachtvrij komen binnenkort kunnen aanbieden aan pachters volgens de wachtlijst die wij hiervoor hanteren.

Let wel: Pachters die zich in het verleden hebben aangemeld voor de wachtlijst moeten – om in aanmerking te komen – niet alleen een positie hebben bovenaan de wachtlijst, maar ook in het bezit zijn van een behaald certificaat van één van de opleidingen Natuurbeheer en Ondernemerschap (Inleiding beheer natuurlijk grasland of natuurbeheer en ondernemerschap niveau 1).

Het protocol geldt voor pachtgronden in natuurgebied Olde Maten en Veerslootslanden, waar SBB en ANV al jaren een samenwerkingsverband hebben.

Weidevogels van de Veerslootlanden en Olde Maten 2023, groei en nieuwe soorten

Ecoloog Martijn Bunskoek rapporteert in zijn verslag over 2023 dat hij van 16 soorten weidevogels territoria heeft vastgesteld in de onderzoeksgebieden. Voor het eerst sinds 2019 heeft er weer een Paapje gebroed in het gebied. Deze bedreigde soort weet het gebied dus nog steeds te vinden. Ook is er een Porseleinhoen gehoord, nog een nieuwe broedvogelsoort voor het gebied.

Grutto nam ten opzichte van 2022 toe met vier territoria naar 53. Slobeend (17 territoria), Kievit (121), Watersnip (4) en Veldleeuwerik (3) waren nog niet eerder in deze aantallen vastgesteld. Met name Kievit profiteerde van nieuwe ontstaan broedbiotoop in Bid en Werk. Hier is een deel van de boksloten opgeschoond waardoor het gebied opener is geworden en er kale bodem beschikbaar was om te nestelen. Daarnaast was er in maart/april veel kort grasland en open bodem (door ganzenvraat en hoge waterstanden) te vinden in het gebied. Dergelijke plekken worden direct bezet door Kieviten.

Tureluur kende in de Veerslootslanden het beste jaar tot nu toe met 14 territoria, in het Groene kruispunt waren in het begin van het seizoen wel enkele paren aanwezig maar konden
voor het eerst (sinds 2017) geen territoria opgevoerd worden. Wulp deed het met 16 territoria relatief goed, de soort is redelijk stabiel. Gele kwikstaart (4 territoria), Graspieper (68) en
Roodborsttapuit (5) bleven wat achter ten opzichte van eerdere jaren.

 

Dit jaar hebben er ergens in het reservaat toch weer Paapjes gebroed. Half juli werden een paartje en enkele vliegvlugge jongen
gezien. Deze foto van een zingend mannetje is gemaakt in 2019, niet ver van de plek waar ze dit jaar gezien zijn (foto: M.
Bunskoek).

 

 

Het rapport met meer data en aanbevelingen kunt u downloaden door te klikken op onderstaande afbeelding:

 

Wijziging procedure verpachten grond Staatsbosbeheer

Pachters van Staatbosbeheer ontvingen rond 1 oktober jl. een brief van hun verpachter over een verandering in de wijze waarop zij (natuur)gronden gaan verpachten. Ook pachters van percelen in de Olde Maten en Veerslootlanden kregen de brief. Wat er niet in staat is of voor dit gebied het selectieprotocol uitgangspunt zal blijven voor de uitgifte van pachtgrond, zoals ANV Horst en Maten dat al jaren regelt in opdracht van Staatbosbeheer. Mocht u als pachter zich dat ook afvragen: weet dat we dit hebben voorgelegd aan Staatsbosbeheer. Het wachten is nog op definitief bericht.

Aanleiding

‘De Hoge Raad heeft in november 2021 in het Didam-arrest bepaald dat een overheidsorganisatie bij het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten, alle (potentiële) gegadigden een gelijke kans moet bieden. Dit volgt uit het zogeheten gelijkheidsbeginsel. Staatsbosbeheer is als overheidsorganisatie verplicht dit gelijkheidsbeginsel na te leven. Staatsbosbeheer geeft aan bovendien zelf een transparant en uniform proces te willen hanteren voor de ingebruikgeving van (natuur)gronden’. Zo begint de brief.

Nieuwe procedure

In de brief  legt Staatsbosbeheer uit dat ze ‘vanaf heden de gronden, waarvan de overeenkomsten eindigen en welke we weer in gebruik willen geven, openbaar in pacht aanbieden, waarbij alle belangstellenden de mogelijkheid krijgen om mee te dingen wanneer zij aan bepaalde door Staatsbosbeheer gestelde voorwaarden voldoen.’  Staatsbosbeheer geeft daarbij aan dat ze ‘in principe dus niet opnieuw onderhands een pachtovereenkomst met u afsluiten’.

Openbaar

Staatsbosbeheer zal vrijkomende percelen openbaar aanbieden op online platform www.pachtgrond.nu. Daarvoor zullen inschrijfvoorwaarden en selectiecriteria gelden. De inschrijver dient een bedrijfsmatig landbouwer te zijn.

Als belangrijke inschrijfvoorwaarde noemt Staatsbosbeheer in de brief het bezit van een pachtcertificaat. Dat is een nieuw begrip, maar als verklaring wordt erbij vermeld dat het gaat om het certificaat Natuurbeheer en Ondernemerschap, minimaal daarvan het onderdeel Inleiding beheer natuurgraslanden.

Voor het bepalen van de score van een inschrijving geldt een puntensystematiek. De hoogst scorende inschrijver wordt geautomatiseerd bepaald. Punten worden toegekend voor het bedrag van de bieding, maar ook voor goedgekeurde certificaten (zoals SKAL, PlanetProof, Beter Leven Keurmerk) en voor ervaring met natuurbeheer (SNL, ANLb). Ook de afstand van het bedrijf van de inschrijver tot de te verpachten percelen weegt mee, waarbij 15 km het maximum is om in te kunnen schrijven.

Onzekerheid

‘Voor pachters van wie de overeenkomst nog niet op korte termijn afloopt geldt dat ze in de toekomst met de nieuwe werkwijze te maken krijgen’, zo schrijft Staatsbosbeheer. Voor de meeste pachters van percelen in de Olde Maten is dat ‘pas’ vanaf 1 januari 2026. Per die datum moeten vrijwel alle 330 pachtpercelen in het gebied opnieuw in pacht worden uitgegeven. De nieuwe procedure zou dan veel meer onzekerheid geven dan het bestaande selectieprotocol.

‘Veel pachters werken al jaren samen met Staatbosbeheer, soms al decennia lang’, zo eindigt de brief. ‘U spant zich in voor de natuur in onze terreinen, u heeft kennis van de grond en veel praktijkervaring. We hopen dat u zult deelnemen aan het nieuwe proces van verpachting.’

Blijft voor de Olde Maten het selectieprotocol het uitgangspunt?

In opdracht van Staatsbosbeheer regelt ANV Horst en Maten al jaren de uitgifte van vrijgekomen pachtpercelen (N12.02 en N13.01) op basis van een selectieprotocol.  Daarin is beschreven waaraan een belangstellende die zich heeft aangemeld voor de wachtlijst moet voldoen voor een positie op de wachtlijst en vervolgens hoe de selectie in zijn werk gaat met selectiecriteria. Het protocol maakt deel uit van de samenwerkingsovereenkomst tussen Staatsbosbeheer en ANV Horst en Maten over het beheer van de Olde Maten en Veerslootlanden.

De vraag is dus of we in De Olde Maten op basis van het selectieprotocol kunnen blijven werken. Met onze contactpersonen van Staatsbosbeheer stelden we vast dat het protocol op zichzelf lijkt te voldoen aan de regels voor openbaarheid en het gelijkheidsbeginsel. Voor uitgifte van tussentijds vrijkomende pachtpercelen per 1 januari 2024 is die vraag nu actueel. We zijn in afwachting van de uitslag van een juridische toetsing van Staatsbosbeheer. Tot die tijd zullen we wachten met het uitgeven van pachtgrond.

 

Links:

Pachten van natuurgrond Staatsbosbeheer 

Selectieprotocol bij vrijkomen pachtgrond

Broedseizoen 2023 in De Olde Maten en Veerslootslanden

Het broedseizoen loopt al weer ten einde. Hoe is het dit jaar in natuurgebied De Olde Maten en Veerslootslanden verlopen? Een interview met Martijn Bunskoek, die voor de ANV de territoria van broedvogels in kaart brengt, in het bijzonder in de weidevogelreservaten Veerslootslanden/Bid en Werk en het Groene Kruispunt. Het lijkt een redelijk succesvol broedseizoen te worden volgens Martijn.

‘Ik zag dit jaar weer wat meer territoria van Grutto’s dan vorig jaar, toen we een slecht seizoen hadden; in totaal 53, tegen 49 vorig jaar. Dat er ook daadwerkelijk Grutto’s vliegvlug zijn geworden blijkt uit het feit dat begin juni in een groep van zo’n 55 foeragerende Grutto’s zeker 10 vrijwel vliegvlugge jongen zijn gezien terwijl er elders in en rondom het reservaat ook nog paren met jongen aanwezig waren. Een heel ander beeld dan vorig jaar toen het behoorlijk stil was in deze tijd.’ Begin april liep Martijn zijn eerste ronde in het gebied en hij zag toen al op vijf plekken grutto’s op het nest zitten. Grutto’s broeden 22 tot 24 dagen. Rond 1 mei waren dan ook al de eerste paren met jongen aanwezig in het gebied. Martijn: ‘Mijn ervaring is dat de vroeg broedende vogels het meest succesvol zijn met het grootbrengen van jongen.’

Een sleutel voor succes blijken telkens weer plasdraspercelen te zijn. ‘De nieuwe plasdras van Klaas-Jan Visscher aan de Afschuttingsweg, net buiten het weidevogelreservaat, was heel succesvol’, aldus Martijn. ‘Bij de aanleg is daar de bodem afgeschraapt, en die kale plasdrasbodem trok echt heel veel vogels, ook Grutto’s en Tureluurs met jongen uit het reservaat.

Bijzonder was de waarneming van een Porseleinhoen, die zich in het gebied aan de Matenweg voor het eerst liet horen. Ook zag Martijn vier paartjes Watersnippen. Ook de Wulp heeft het volgens Martijn dit jaar goed gedaan; begin juni waren er zes á zeven alarmerende paartjes (alarmeren duidt op de aanwezigheid van kuikens) van in totaal zestien territoria. Gele kwikstaarten lieten zich dit jaar wat minder zien, het is onduidelijk wat hier de reden van is.

Opvallend dit jaar was de toename van het aantal Kieviten. Nabij het Laarzenpad bij de Veldschuur is afgelopen winter begroeiing van wilgen en riet verwijderd. Het kale gebied is daarop meteen door de Kievit in gebruik genomen als broedgebied. Het aantal territoria is hierdoor gegroeid van 79 vorig jaar naar 115 dit jaar. Ook de korte grasmat – door ganzenvraat in combinatie met vertraagde grasgroei door het koude en natte voorjaar – heeft bijgedragen aan dit succes.

Martijn vindt dat er meer aandacht moet komen voor goed laten werken en beheren van de plasdrassen. Zo stond de nieuwe greppelplasdras van Staatsbosbeheer begin juni droog. Dat kwam doordat de stuw aan de Stadsweg bleek te lekken, waardoor de pomp geen water meer had. Martijn: ‘Je zag de vogels (veelal met jongen) daar vertrekken toen het water verdween. De stuw is door het waterschap wel gerepareerd, maar helaas te laat om er dit jaar nog wat aan te hebben.’ Voor volgend broedseizoen zou er volgens Martijn overwogen moeten worden om de bodem van de plasdraspercelen zwart te maken, om ze vervolgens tijdig (februari/begin maart) onder water te zetten. Hierdoor zullen ze minder snel dichtgroeien gedurende het seizoen. In de huidige toestand functioneren ze door dat dichtgroeien volgens Martijn maar nauwelijks als opgroeigebied voor weidevogelkuikens.

Ook het beheer van de beweide percelen in het weidevogelreservaat kan volgens Martijn nog aangepast worden, namelijk door de periode van het voorweiden (beweiden in de maand april) te verlengen, wat hem betreft tot in de maanden juni en juli. Ook het aanwijzen van enkele nieuwe beweide percelen op plekken waar nu vooral hooiland ligt is wellicht een optie zodat de variatie toeneemt.

 

ANV en SBB gaan producten Plocher testen in Olde Maten en Veerslootlanden

ANV Horst en maten en Staatsbosbeheer gaan de komende drie jaren producten van Plocher testen in de Olde Maten en Veerslootlanden. Op veel natuurlijke graslandpercelen in het gebied is de druk van pitrus en ridderzuring hoog. Voor het agrarisch medegebruik door de pachters, leden van de ANV, zijn dat ongewenste kruiden. Ze zijn echter moeilijk te beheersen, zeker niet met de geldende beheervoorschriften en de aanwezigheid van broedvogels waardoor maaidata worden uitgesteld. De ‘natuurlijke katalytische’ producten van Plocher zouden uitkomst kunnen bieden.

Het gaat om de Plocher-producten Humus Bodem katalysator en Combibladspeciaal. Volgens de leverancier gaat het om ‘natuurlijke katalytische producten, die de oorspronkelijke natuurlijke eigenschappen activeren, versnellen en optimaliseren’ in bodem, mest en organisch materiaal.’ De te behandelen percelen, in totaal ca 22 hectare, liggen aan de Rechterensweg en aan de Postweg. Het effect van de veldbehandeling zal worden gemonitord met een lichtgewicht drone. Vooraf zal een 0-meting worden gedaan. De pachters zijn hierover geïnformeerd en gevraagd om toestemming.

De hoge onkruiddruk op percelen is deels een gevolg van de herinrichting van het gebied circa tien jaar geleden, en deels van het beheerregime van de percelen. Door de aanwezigheid van broedvogels worden maaidata uitgesteld tot soms laat in de zomer tot half augustus, wat verdere verruiging van  het gebied in de hand werkt.

Onderzocht zal worden gedurende drie jaren of en in hoeverre er van veldbehandeling van percelen een gunstig effect valt waar te nemen op de bedekking met ongewenste kruiden en op de biodiversiteit.

 

 

Naast deze proef met veldbehandeling zal er door de ANV in het kader van het werkplan voor het beheer van De Olde Maten, dus binnen de opdracht van SBB, een proef worden gedaan met toepassing van producten van Plocher bij de verwerking van maaisel afkomstig van percelen met uitgesteld maaibeheer in combinatie met veel ridderzuring. Het gaat om maaisel dat ongeschikt is als veevoer of strooisel. Verwerking van dit maaisel in eigen streek tot een waardevolle bodemverbeteraar met behulp van producten van Plocher, zou een aantrekkelijk alternatief kunnen zijn voor afvoer naar compostering buiten het gebied.

Aanleiding voor de proef was een overtuigende presentatie door de heer Jake Brandes van Plocher aan de ledenvergadering van de ANV in oktober 2022 over de werking en toepassing van producten van Plocher. Het bestuur van de ANV heeft zich verder laten overtuigen van de gunstige effecten tijdens een bezoek in januari jl. aan De Uilenburght in Zuidwolde, één van de beheerboerderijen van Drentsch Landschap. Daar worden de producten van Plocher al een jaar of drie toegepast, zowel in de stal als op de percelen natuurgrasland met veel pitrus, achter de boerderij. Gunstige referenties zijn er verder van Overijssels Landschap en Gemeente Staphorst (project verwerking berm- en slootmaaisel). Ook Staatsbosbeheer vindt het middel dermate interessant, en bovendien niet strijdig met het natuurbeheer, dat het de proef niet alleen toestaat, maar ook medefinanciert.

 

Staatsbosbeheer en Agrarische Natuurvereniging zetten samenwerking in Olde Maten en Veerslootslanden voort

Met het ondertekenen van een nieuwe overeenkomst hebben Staatbosbeheer en Agrarische Natuurvereniging (ANV) Horst en Maten 24 april jl. hun samenwerking verlengd. De samenwerking gaat over het beheer en onderhoud van natuurgebied Olde Maten en Veerslootlanden. Plaats van handeling was Koetuur, de vergaderlocatie van boerderij Eben Haëzer aan de Postweg te Staphorst. 

 

v.l.n.r. Arend Visscher, Ruben Achter de Molen, Joop Alssema en Wicher Hoeve

 

Uniek
In 2016 gingen Staatsbosbeheer en Agrarische Natuurvereniging (ANV) ‘Horst en Maten’ een unieke samenwerkingsovereenkomst aan over het beheer en onderhoud van natuurgebied Olde Maten en Veerslootslanden. Dat is een ongeveer 1000 hectare groot Natura 2000-gebied tussen Rouveen, Staphorst, Hasselt en Zwartsluis. In opdracht van Staatsbosbeheer voert de ANV er een deel van de rentmeesters- en beheerwerkzaamheden uit. De overeenkomst liep af en dat bracht beide partijen aan tafel om nieuwe afspraken te maken.

Slagenlandschap
De ANV zorgt voor verpachting van 650 hectare aan natuurlijke graslanden aan een honderdtal van haar leden. Die pachten in totaal circa 340 percelen. De percelen zijn smal en langgerekt en vormen samen met de tussenliggende sloten en boksloten het karakteristieke slagenlandschap van dit laagveengebied. ‘Onze leden proberen het beheer zo goed mogelijk in te passen in hun bedrijfsvoering’, zo geeft Joop Alssema aan, voorzitter van de ANV. De beheervoorschriften zijn zodanig opgesteld dat de natuur daarvan profijt heeft. Om dat te borgen heeft de ANV een eigen toezichthouder, die met pachters communiceert en als het nodig is aanspreekt op afwijkingen van de regels. Daarvoor bestaat een controle- en sanctioneringsprotocol, een onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst.

Natuur en landbouw komen samen
Ook heeft de ANV een veldcoördinator en een projectcoördinator voor het project. Zij zorgen voor korte lijnen met zowel pachters als boswachters.  Daarnaast voor efficiënte en effectieve realisatie van het beheer en onderhoud, en voor een goed verloop van de samenwerking waarbij natuur en landbouw samenkomt.

Vooruitgang
Tegen landelijke trends in neemt het aantal weidevogels in het Natura 2000-gebied toe. ‘Dat komt door de strikte bescherming en inrichting van het reservaat. Een gericht beschermingsbeheer en het opzetten van de waterpeilen zorgen voor het afvlakken van een negatieve trend. We zijn er nog niet maar er is hoop!’, aldus Ruben Achter de Molen, gebiedsmanager Noordwest Overijssel van Staatsbosbeheer. De grutto, maar ook minder bekende soorten als de slobeend worden er steeds meer gezien. Voor broedvogelmonitoring huurt de ANV een ecoloog in. De ANV stemt het beheer in het broedseizoen af op advies van de boswachter en de ecoloog in samenspraak met de pachters. Dit voorjaar is er een opvallende toename van het aantal kieviten. Het Staphorsterveld is bovendien bekend van de grootste populatie wulpen van Noordwest Europa.

De samenwerkingspartners besteden veel aandacht aan behoud en herstel van de graslandpercelen.  De ANV zet in opdracht van Staatsbosbeheer de bosachtige begroeiing van de boksloten periodiek terug om de percelen daarvan vrij te houden. En tegen bovenmatige begroeiing met ridderzuring en pitrus – voor agrarisch gebruik ongewenste kruiden – worden waar mogelijk specifieke beheermaatregelen genomen.

Nieuwe afspraken
De nieuwe samenwerkingsovereenkomst bevat een aantal nieuwe bepalingen voor de uitgifte van percelen. Zo moeten leden (aspirant-) pachters voortaan – willen ze in aanmerking komen voor pacht van een vrijgekomen pachtperceel – vakbekwaamheid kunnen aantonen. Daarvoor moeten ze in het bezit zijn van een behaald certificaat van de opleidingen beheer natuurlijk grasland of natuurbeheer en ondernemerschap. Óf op andere wijze kunnen aantonen te voldoen aan de kenniseis die Staatsbosbeheer stelt met betrekking tot beheer van natuurgraslanden. Verder geeft Staatsbosbeheer de voorkeur aan leden (aspirant) pachters die een samenwerking natuurinclusieve landbouw zijn aangegaan met Staatsbosbeheer.

Ondertekenaars
Namens Staatsbosbeheer ondertekenden Ruben Achter de Molen (gebiedsmanager Noordwest-Overijssel) en Susan Bonekamp (regiohoofd Overijssel) die overigens niet aanwezig kon zijn en haar handtekening al had geplaatst. Namens de ANV tekenden Joop Alssema (voorzitter), Wicher Hoeve (secretaris) en Arend Visscher (penningmeester).

Coöperatief plan
Joop Alssema en Ruben Achter de Molen verklaarden blij te zijn met voortzetting van de samenwerking in het natuurgebied Olde Maten, en ook dat beide organisaties in breder verband samen willen blijven optrekken, zoals bij de verdere invulling van het recent tot stand gekomen Coöperatief Plan Staphorst, dat door beiden wordt ondersteund.

 

 

Kuikens in het land, poes in de mand

Het duurt niet lang meer of de eerste kievitskuikens kruipen uit het ei. De weken daarna zullen ook kuikens van wulp, grutto, scholekster, tureluur en andere weidevogels door het land scharrelen. Een kwetsbare periode voor de kuikens waarin ze nogal wat gevaren te overwinnen hebben voordat ze vliegvlug zijn. Katten vormen daarbij ook een gevaar. Weidevogelkring Staphorsterveld vraagt hiervoor aandacht.

 

 

Dit zijn niet allemaal verwilderde katten, maar zeker ook boerderijkatten en katten van burgers uit de woonkernen. Ze zijn wel degelijk een oorzaak van kuikenpredatie. Vandaar dat de weidevogelkring Staphorsterveld e.o. boeren en burgers oproept om katten gedurende het broedseizoen zoveel mogelijk binnen te houden, in ieder geval ’s nachts.

Weidevogelkring Staphorsterveld is het verband waarin vertegenwoordigers van Vereniging voor Weidevogelbescherming (WVB) Staphorsterveld e.o., agrarisch ondernemers, Wildbeheereenheid D’Oldematen, Agrarische Natuurvereniging Horst en Maten, Staatsbosbeheer, gemeente Staphorst en provincie Overijssel samenwerken door contact met elkaar te onderhouden om weidevogels zo goed mogelijk te beschermen

Frits Bouwkamp, vertegenwoordiger van de Vereniging voor Weidevogelbescherming Staphorsterveld e.o.: ‘Wat veel mensen zich niet realiseren is dat ook de huiskat graag een weidevogelkuiken lust. En dat terwijl weidevogels (extra) sterfte door predatoren zoals katten er niet bij kunnen hebben’.

Daarom steunt Weidevogelkring Staphorsterveld de campagne ‘Kuikens in het land, poes in de mand’, van de Bond Friese Vogelwachten (BFVW). Uit onderzoek blijkt dat huis- en boerderijkatten ’s nachts kilometers afstruinen door weilanden. Het liefst vangen ze muizen, maar instinctief doden ze ook de weerloze kuikens. De weidevogelkring roept alle katteneigenaren op om hun dier tenminste vanaf half april tot en met juni – als alle grondbroedende vogels kuikens hebben – binnen te houden zodra het donker wordt.

In deze spot vertelt Frans Kloosterman, voorzitter van de BFVW hoe belangrijk het is katten in het broedseizoen zoveel mogelijk (vooral ’s nachts!) binnen te houden.

 

 

Groei aantallen weidevogels in Veerslootlanden en Olde Maten stagneerde in 2022

Ecoloog Martijn Bunskoek rapporteert in zijn verslag over 2022 dat hij van 15 soorten weidevogels territoria heeft vastgesteld in de onderzoeksgebieden. In 2022 lijken de aantallen na de groei van afgelopen jaren wel enigszins te stagneren en was van Grutto en Tureluur het broedsucces zeer slecht, vermoedelijk door predatie en de beperkte beschikbaarheid van goed kuikenland in het reservaat. Van Wulp was het broedsucces dit jaar wel vrij goed.

Het reservaat vormt een belangrijk brongebied (samen met de gronden van verschillende boeren in het reguliere agrarische gebied die hun bedrijfsvoering op weidevogels hebben afgestemd) voor de weidevogels in het gehele Rouveense en Staphorsterveld. Zonder het weidevogelreservaat en de inzet van deze boeren zou Grutto bijvoorbeeld nauwelijks nog voorkomen in de gemeente Staphorst.

Niet overal in het Rouveense- en Staphorsterveld deden de Grutto’s het slecht: In het Oosterslag 
(percelen Hoeve-Courtz) zijn zeker 35 paren met jongen waargenomen (gegevens Vereniging 
Weidevogelbescherming Staphorsterveld e.o.), het beste resultaat tot nu toe. Ook in het 
Zuideindigerslag zijn begin juni enkele Gruttoparen met jongen waargenomen. Het is bemoedigend dat in ieder geval in één van de twee grote kernen met Grutto’s in gemeente Staphorst het broedsucces wel voldoende is geweest.

De recente realisatie van een greppelplasdras aan de Rechterensweg en in het Groene kruispunt zal hopelijk ook bij gaan dragen aan een verdere optimalisatie van het gebied voor weidevogels.
Martijn doet in zijn rapportage een aantal aanbevelingen, zoals (meer) voorweiden en bepaalde percelen vroeger maaien om in omgeving van clusters met veel weidevogels meer geschikt kuikenland te krijgen, dat wil zeggen: percelen met niet te lange en vrij open vegetatie.

Weidevogels van de Veerslootslanden en Olde Maten in 2022