Aantallen weidevogels Veerslootslanden en Oldematen bleven in 2025 op peil

Van Martijn Bunskoek ontvingen we de rapportage Weidevogels van de Veerslootslanden en Olde Maten in 2025. De onderzochte gebieden betreffen het Weidevogelgebied Veerslootslanden-Olde Maten (386 ha) tussen Rouveen en Hasselt en het Groene Kruispunt (20 ha) aan het Meppelerdiep bij Zwartsluis. 

Ondanks het droge voorjaar zijn in 2025 de aantallen van de meeste weidevogels in de onderzochte gebieden redelijk op peil gebleven. Met name de eenden (Slobeend, Krakeend enZomertaling) bleven wat achter in vergelijking met eerdere jaren.

Het aantal territoria van Grutto lijkt te stabiliseren (op 55 territoria in 2025), wel leken er wat meer territoria aanwezig te zijn net buiten het reservaat, dus wellicht ligt het totale aantal territoria wel hoger. Wulp en Tureluur zijn al jaren redelijk stabiel. Wel was het territoriaal succes van Grutto, Wulp en Tureluur dit jaar een stuk beter dan in 2024. Hopelijk is dit komende jaren terug te zien in de aantallen.

Aanbevelingen

Aandachtspunt gedurende het seizoen blijft de aanwezigheid/vestiging van vossen in het gebied. Het is belangrijk onmiddellijk te acteren als ze zich vestigen om de verliezen te beperken.

Ook het waterpeil in het gebied en in de plasdrassen is een constant aandachtspunt, zeker tijdens een droog voorjaar zoals dit jaar. Met name de plasdrassen zijn dan essentieel als foerageergebied voor weidevogels, zeker als hier beweide percelen naast liggen.

De greppelplasdras in het Groene Kruispunt heeft dit jaar wederom niet gefunctioneerd helaas. Ook bleek het moeilijk om de greppelplasdras aan de Afschuttingsweg bevloeid te houden gedurende het seizoen omdat omliggende waterstanden snel onderuit zakten. Staatsbosbeheer heeft aangegeven hier voor volgend seizoen mee aan de slag te gaan zodat ze beter gaan functioneren.

 

Bunskoek, M. (2025). Weidevogels van de Veerslootslanden en de Olde Maten in 2025. Rapport 2025-07.
Bunskoek Natuurlijk, Witharen/ Agrarische Natuurvereniging Horst & Maten, Rouveen.

Samenwerking met Staatbosbeheer

ANV Horst en Maten en Staatsbosbeheer gaan met ingang van 1 januari 2026 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst aan voor drie jaren.  De ANV krijgt ook de opdracht om de uitgifte van alle vrijkomende pachtpercelen in de Olde Maten & Veerslootslanden te organiseren. 

Opdracht onderhandse uitgifte van alle vrijkomende pachtpercelen

Alle pachtpercelen komen pachtvrij per 1 januari 2026. Dat komt doordat de pachtcontracten na zes jaar niet langer stilzwijgend kunnen worden verlengd, of doordat Staatsbosbeheer de stilzwijgende verlenging heeft gestuit.  Staatsbosbeheer heeft de ANV opdracht gegeven om de uitgifte van de pachtpercelen in de Olde Maten en Veerslootslanden opnieuw te organiseren. Hoewel de ANV dat de afgelopen jaren van samenwerking ook heeft gedaan, was dat niet vanzelfsprekend. Dat komt doordat het pachtbeleid van Staatsbosbeheer is veranderd door het zogenaamde Didam-arrest. In principe sluit Staatsbosbeheer niet onderhands opnieuw een pachtovereenkomst met gebruikers van wie het contract eindigt. Staatsbosbeheer biedt vrijkomende grond in principe openbaar aan.  Lees hierover meer op de webpagina van Staatsbosbeheer over het openbaar pachtproces.

Uitzondering

Dat de ANV de uitgifte van vrijkomende pachtpercelen onder haar leden mag organiseren is een uitzondering op het landelijke pachtbeleid van Staatsbosbeheer.
Dit is mogelijk omdat Staatsbosbeheer en ANV bij hun samenwerking voor de selectie van pachters voor vrijkomende pachtgrond een protocol hebben vastgesteld. Het voornemen tot onderhandse uitgifte zal Staatsbosbeheer bekend maken op haar website.

Protocol

Staatsbosbeheer en ANV hebben bij hun samenwerkingsovereenkomst een protocol vastgesteld voor een transparante uitgifte van vrijkomende pachtpercelen aan leden die belangstelling hebben om percelen natuurlijk grasland te pachten in natuurgebied Olde Maten & Veerslootslanden: het selectieprotocol bij vrijkomen van pachtgrond N12.02 en N13.01. Dit protocol is van toepassing als per 1 januari 2026 alle pachtgrond zal vrijkomen. Om in aanmerking te komen voor een aanbod van pachtgrond moeten belangstellenden zich hebben aangemeld voor een wachtlijst. Voor een positie op de wachtlijst moeten zij lid zijn van ANV Horst en Maten, eigenaar van een landbouwbedrijf in het werkgebied van ANV Horst en Maten, en de afgelopen vijf jaren geen ontzegging van de pacht hebben gehad.

 

 

Onderzoeken Olde Maten en Veerslootslanden

Tijdens de jaarvergadering van ANV Horst en Maten op 14 april jl. hebben Michiel Linskens en Annette Oling van Provincie Overijssel een inleiding gehouden over respectievelijk het Gezamenlijk Feitenonderzoek (GFO) en het Onderzoek naar water- en bodemcondities N2000 Oldematen Veerslootslanden. Een uitgebreid verslag vindt u in dit artikel. Onderaan het artikel vindt u links naar de beide onderzoeksrapporten en naar de gehouden presentaties van beide inleiders.

A. Gezamenlijk Feitenonderzoek (GFO) door Michiel Linskens

Het GFO vloeit voor uit het Coalitieakkoord van GS van Provincie Overijssel (Schouder aan schouder 2023-2027). Daarin staat o.a. dat de kennis en ervaring van de inwoners, ondernemers en organisaties nodig is voor goede oplossingen. De overheid moet meer tussen haar inwoners staan en hun perspectief centraal stellen. Feiten gelden als basis voor maatregelen. De provincie hecht waarde aan ieders inbreng. Linskens geeft aan graag in gesprek te willen.

Verzamelen en delen van kennis gaat altijd op basis van kansen en opgaven in het gebied/bij de projecten. Doel van het GFO is een gezamenlijk kennisbeeld, dat het vertrekpunt vormt voor verdere stappen. Bestaande informatie wordt daarvoor beschikbaar gemaakt, kennis en feiten uit het gebied worden opgehaald, en samen wordt de gewenste informatie verzameld. Bestaande informatie is afkomstig uit onderzoek, monitoring en analyses en uit landelijke/provinciale bronnen. De provincie beschikt over heel veel data, waaruit alle mogelijke selecties te maken zijn die voor het gebied relevant zijn. Aanvullende informatie (kennis, feiten) komt uit het gebied.

In het gebied Staphorsterveld lopen de volgende projecten:
1. Onderzoek Water- en bodemcondities Olde Maten & Veerslootslanden
2. Herziening beheerplan N2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden.
3. Koploperproject Buut’n gebied Rouveen
4. Koploperproject Veldiger Binnenlanden
Naast deze projecten is er een aantal pilotprojecten in het gebied. Hier zit veel kennis en energie. De provincie bekijkt hoe deze pilotprojecten meegenomen kunnen worden in het gezamenlijk feitenonderzoek.

Er zijn diverse partijen betrokken: Waterschap DOD, LTO Noord, ANV Horst en Maten, OAJK, DGC Staphorsterveld, Gemeente Zwartewaterland, Gemeente Staphorst, Provincie Overijssel en Staatsbosbeheer.

Linskens geeft aan dat er altijd mensen zullen zijn die het niet eens zijn met maatregelen (‘Agree to disagree’). Zijn opdracht als projectleider GFO is ervoor te zorgen dat bestaande informatie over het gebied beschikbaar en toegankelijk is. Daarnaast kijkt hij naar de verschillende mogelijkheden om informatie uit het gebeid te halen. Dat kan via keukentafelgesprekken, informatiebijeenkomsten maar ook via een digitaal platform.
De snelheid van het gezamenlijk feitenonderzoek wordt bepaald door wat er concreet speelt in het gebied. “We willen zoveel mogelijk aansluiten bij wat er speelt in het gebied, het GFO is daarbij een hulpmiddel”. Voorbeeld: de herziening van het beheerplan N2000-gebied Olde Maten & Veerslootslanden had al 6 maanden geleden moeten beginnen, maar gaat nu mei/juni 2025 van start. Door deel te nemen aan een begeleidingscommissie krijgt elke partij de kans om daar hun informatie en visie in te brengen. “Met alles wat wordt ingebracht, zullen we aangeven hoe we dat verwerken in het proces. We zullen goed luisteren naar de inbreng van alle partijen”, aldus Linskens.

Uit de zaal wordt gevraagd wie het beheerplan vaststelt. Een concept wordt voorgelegd aan een bestuurlijke groep, die advies uitbrengt aan GS. Het beheerplan wordt vastgesteld door GS.
Gevraagd wordt of al het geld dat besteed wordt aan onderzoek door diverse onderzoeksbureaus niet besteed kan worden aan het beheer van het gebied, nu daarvoor het budget zo krap is. Antwoord: onderzoek is noodzakelijk om goede keuzen te kunnen maken. Ook daar is budget voor nodig. Opgemerkt wordt dat het beheerplan voor het Natura 2000-gebied gericht is op het behoud/herstel van de habitattypen via verschillende maatregelen. Daarnaast vindt in het Natura 2000-gebied ook regulier beheer plaats, dat wordt bekostigd via het Subsidiestelstel Natuur en Landschap (SNL).

Als voorbeeld voor het gezamenlijk feitenonderzoek wordt het Koploperproject Buut’n Gebied Rouveen genoemd. Er is een kleine werkgroep met boeren uit het gebied (o.a. Jan Dunnink) en een procesbegeleider (Angela Pigge) die voor het gebied met 50 boeren is gestart met het ophalen van de opgaven via keukentafelgesprekken De werkgroep bespreekt de opgaven met de boeren in het gebied, deelt bestaande kennis en haalt kennis op uit het gebied. Het is gestart in zomer 2024, en de resultaten worden verwacht in de loop van 2025.

Het tweede voorbeeld uit de praktijk betreft het hydrologisch onderzoek in en rondom de Olde Maten. De bestaande info wordt verzameld door een begeleidingsgroep met onderzoekers water en natuur (van de provincie, het waterschap en SBB). Er zijn twee rapporten opgesteld, waarbij de informatie uit het gebied wordt herkenbaar verwerkt. Om de informatie uit het gebied op te halen is een informatieve brochure gemaakt, zijn er gesprekken geweest met pachters, vrijwilliger en peilbeheerders, is er een 2e brochure gemaakt met resultaten (toetswaarden habitattypen) en is er een presentatie geweest van de resultaten, mét een link naar de rapporten (op 26 maart 2025 in de Veldschuur). De ervaring van de deelnemers hieraan waren positief. Zij vonden het prettig om gevraagd te worden, de info is goed te volgen, de conclusies grotendeels herkenbaar, fijn op gehoord te worden. De ervaring van de ambtenaren zijn dat persoonlijke gesprekken waardevol zijn, dat dit beter inzicht oplevert in belangen bij complexe onderwerpen, dat het prettig is om direct vragen te kunnen beantwoorden, en dat er soms te snel conclusies worden getrokken op basis van waarnemingen. Om inzicht te geven in het proces presenteerde Linskens drie getallen: 90 (mensen aangeschreven via mail), 8 (personen gesproken/geïnterviewd) en 3 (deelnemers die aanwezig waren bij de presentatie op 26 maart). Uit de zaal word ingebracht dat dit niet het hele verhaal is, omdat degenen die zijn betrokken via de koploperprojecten niet zijn meegerekend.

Linskens vraagt naar de reactie op de aanpak, wat de aanwezigen vinden van een gedragenkennisbeeld, of zijn tips of suggesties hebben, en hoe zijn betrokken willen worden, bijvoorbeeld met een persoonlijk gesprek, een bijeenkomst in het gebied of via een toegankelijk digitaal platform kennis zouden willen delen.

Uit de zaal wordt als voorbeeld genoemd dat bij de herinrichting door boeren gewaarschuwd is voor verdroging van het gebied als alleen uit de Hoogeveensche vaart water ingelaten zou mogen worden en niet uit het landbouwgebied. Wat is hiervan het effect geweest?

Een andere verklaring uit de zaal voor het gebrek aan belangstelling voor het leveren van inbreng is dat ‘als je niets brengt, je ook niets terugkrijgt’. Sommigen gaven aan niet te hebben geweten dat er informatie werd gevraagd (de oproep is wel geplaatst in de nieuwsbrief). Ook belangrijke opmerking: als boeren niet reageren op oproep om kennis in te brengen, hoe kun je ervoor zorgen dat meer boeren toch een inbreng leveren? Is de provincie niet verplicht om daar dan toch meer moeite voor te doen en een aanpak te kiezen die beter werkt? Linskens: “Met het gezamenlijk feitenonderzoek kijken we naar manieren om zoveel mogelijk boeren en inwoners de kans te geven hun informatie aan te leveren. We willen daarvoor ook de gemeente benaderen om via hun kanalen een oproep te doen”.

Uit de zaal wordt door een lid dat wél inbreng leverde benoemd dat hij blij was zijn zegje eindelijk een keer kwijt gekund te hebben, en dat hij het jammer vindt dat er zo weinig mensen dat hebben gedaan. Een ander lid dat ook was ingegaan op de uitnodiging riep de aanwezigen op om de kans om kennis in te brengen te gebruiken.

 

B. Onderzoek naar water- en bodemcondities N2000 Oldematen Veerslootslanden door Annet Oling

Annet Oling hield haar inleiding over de Onderzoeksconclusies water- en bodemcondities voor drie habitattypen in het Natura 2000-gebied Oldematen en Veerslootslanden. Ze deelde informatie, conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek en ging in op het vervolg.
Het natuurgebied Oldematen en Veerslootslanden is een veengebied met belangrijke natuur- en landschapswaarden. De focus van het onderzoek ligt op de 2 deelgebieden met actueel veenmosrietland en blauwgrasland, en hoe het systeem daar werkt. Daarnaast zijn er andere waarden in het gebied aanwezig zoals weidevogels en vissen.

Onderzoeksvragen zijn of de condities van water en bodem op orde zijn voor de habitattypen in deelgebied Veerslootslanden (blauwgrasland en heischraal
grasland) en deelgebied Oldematen (veenmosrietland). Als de condities niet op orde zijn is de vraag: hoe kunnen we die verbeteren?
Uitvoering van het onderzoek: informatie uit interviews met pachters, vrijwilligers en de peilbeheerder; gebruik van eerdere rapporten en meetreeksen; nieuwe metingen; 2 bureaus (Bell-Hullenaar en B-ware) hebben alles verwerkt; begeleiding door Provincie, Staatsbosbeheer en Waterschap; bespreking resultaten met geïnterviewden (dat was op 26 maart jl.).
Annet Oling liet aan de hand van kaarten zien wat de locaties zijn van meetreeksen van waterschap en provincie, en ook van de meetlocaties die er in 2024 bij zijn gekomen.

1. Het oude blauwgraslandreservaat in de Veerslootslanden. Eisen: Grondwaterstand voldoende hoog, voldoende calcium en niet te veel voedingsstoffen zoals fosfaat

Situatie: De locaties voldoen deels aan de voorjaarsgrondwaterstand; voldoet nergens aan de eisen van de zomergrondwaterstand (te droog); de bodem heeft genoeg calcium, voldoet aan de eisen (via oppompen en bevloeien met slootwater); De vegetatie is nu vrijwel gelijk aan de situatie in 2018, trend sinds 2013 volgt later; Ligt hoog t.o.v. de omgeving doordat de bodem minder gedaald is.

Aanbevelingen voor oude blauwgrasland zijn: Bijhouden via metingen of de fosfaattoestand in het blauwgrasland verslechtert; Kan de periode van bevloeien nog geoptimaliseerd worden, meer basen; Kwaliteit water waarmee bevloeid wordt, meten (bijhouden).

2. De jongere blauwgraslanden van de Veerslootslanden: Eisen: Grondwaterstand voldoende hoog, voldoende calcium en niet te veel voedingsstoffen zoals fosfaat
Situatie: Percelen ingericht 2014: Voldoende calcium in de bodem (percelen hebben 3x in de winter blank gestaan staan, in de zomer is er lichte kwel tot in de toplaag vanuit het grondwater (bevat calcium)); blauwgrasland is ontwikkeld (is in ontwikkeling) (goed perspectief voor doorontwikkeling naar blauwgrasland van goede kwaliteit, 1 locatie is al ontwikkeld naar een blauwgrasland/schraalgrasland van goede kwaliteit); Laagste grondwaterstand : liever nog iets hoger; De voorjaarsgrondwaterstand voldoet.

Waterkwaliteit Veerslootslanden: Doel: ontwikkeling blauwgrasland, weinig voedingsstoffen in het slootwater, aanvoer basen. Gemeten: Bij de 2 inlaatpunten, aan oostzijde en de zuidzijde: Beiden basisch(niet zuur), arm aan nitraat en sulfaat, fosfaat aan de hoge kant, maar kan aan ijzer gebonden worden, geschikt genoeg om in te laten, fosfaatgehalte inmiddels 0,06 mg/l in de zomer, Binnen het gebied: fosfaat is gedaald van 0,15 naar 0,08 mg/l; voldoende basen.

Aanbevelingen deelgebied Veerslootslanden ingericht in 2014: regelmatig (+ onder begeleiding van metingen en analyses) enkele weken blank zetten met water uit de sloten in vroege voorjaar; In de zomer: tijdig water inlaten, wegzakken grondwaterstand verminderen (waterschap); Afvoer van (zuur) neerslagwater moet goed mogelijk zijn (duikers, opschonen sloten); Extern: Inlaatwater is al vrij goed (kwaliteit blijven volgen); –
Ideaal zou herstel van de kwel zijn, veel kwel bereikt de percelen niet meer

3. Veenmosrietland Oldematen: Eisen: Grondwaterstand max 20 cm onder maaiveld, waterkwaliteit niet te voedselrijk en niet te zuur. Situatie: Voldoen deels wel en deels niet (te droog) aan de voorjaarsgrondwaterstand; Vrij zure situatie, minder zuur is beter; voedingsstoffen in de bovenlaag: iets te veel; Vegetatieontwikkeling: is niet goed, waarschijnlijk door een combinatie van natuurlijke successie en afname grondwaterinvloed; Zomergrondwaterstanden: te laag in de droge zomers (peilbeheer ‘s zomers: pas dichtbij laagste peil (bij -1,1 NAP) wordt water ingelaten uit de Stadswijk). Bij drijvende kragges (deel van de onderzochte locaties) voldoen de grondwaterstanden in de zomer. Veenmosrietlanden verouderen, ook aandacht voor nieuwe. Waarom moet dat? Vanuit de wetgeving moeten we zorgen dat er voldoende veenmosrietland blijft, om dit type vegetatie ook in de toekomst te behouden.

Waterkwaliteit Oldematen. Gemeten: Natte as: Negatief: hoeveelheid basen is gedaald
Positief: minder voedingsstoffen in 10 jaar, maar: fosfaatgehalte nog vrij hoog
Bij boksloten: Hele wisselende hoeveelheden voedingsstoffen, fosfaat vaak nog boven de 0,09 mg/l; Inlaat Stadswijkwater, landbouwkant: basenrijk en fosfaatgehalte in de zomer inmiddels gemiddeld 0,08 mg/l (was 0,13 mg/l gemiddeld) dus: kwaliteit Stadswijk is een stuk verbeterd.

Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat opvallend is dat het fosfaatgehalte van het inlaatwater uit het landbouwgebied (0,08 mg/l) lager is dan dat van het water in het gebied (0,09 mg/l). Annet Oling heeft daar geen duidelijke verklaring voor, noemt dat in het natuurgebied door veenoxidatie mogelijk fosfaat vrijkomt. Daarnaast wordt ook in het natuurgebied nog bemest. Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat dit aantoont dat landbouw het nog zo slecht niet doet, terwijl doorgaans meteen naar boeren wordt gewezen als oorzaak van slechte waterkwaliteit. DE waterkwaliteit lijkt volgens leden daardoor geen beletsel te zijn om water uit het landbouwgebied in te laten uit de Stadswijk, om verdroging te voorkomen, in plaats van water uit de Hoogeveensche vaart, integendeel zelfs, de waterkwaliteit kan er alleen maar door verbeteren.

Oldematen adviezen: ’s Zomers eerder water inlaten: vanaf -1,0 NAP of nog eerder; Open boksloten bij de habitattypen : voldoende boksloten open vanaf natte as naar habitattypen? Oppakken openmaken aantal boksloten uit beheerplan N2000? (M10); Toekomstige optimalisatie peilen omgeving N2000 gebied – peil natuurgebied onderzoeken: natuurdoel, verminderen bodemdaling en verminderen CO2 uitstoot veen, grondwatermodellering nodig om varianten door te rekenen; Nader aangeduid als onderzoeken wat de peilen in de toekomst zouden kunnen in het landbouwgebied, waarbij minder CO2 wordt uitgestoten en er nog landbouw mogelijk is en wat goed is voor het natuurgebied, welke peilen zijn mogelijk. Waterkwaliteit blijven meten binnen N2000-gebied nabij de habitattypen en de kwaliteit die wordt ingelaten.
Bemesting binnen het gebied met doel voor habitattypen: spoort met doelstelling?

Oppakken adviezen: SBB, pachters, provincie en waterschap
Provincie: Herziening beheerplan N 2000: 23 juni 2025 informatiebijeenkomst. Dan kunnen ook vragen gesteld worden over de onderzoeksuitkomsten.
Vragen/opmerkingen?

Links:

naar de beide onderzoeksrapporten:
Bodem- en hydrochemisch onderzoek Olde Maten en Veerslootslanden, B-ware 2025
Ecohydrologische systeembeschrijving en evaluatie Olde Maten – Veerslootslanden , Bureau Bell Hulenaar, 2025

naar de presentaties:

Gezamenlijk Feitenonderzoek Natuurherstel – Michiel Linskens – 14 april 2025

Gezamenlijk Feitenonderzoek – Michiel Linskens – 14 april 2025

Oldematen Veerslootslanden conclusies onderzoek water en bodem voor ANV Horst en Maten – Annette Oling – 14-4-2025

Onderzoek water en bodem Oldematen Veerslootslanden conclusies 26-3-2025 – Annette Oling – 14-4-2025

Nieuwe nummerpalen bij percelen Olde Maten en Veerslootslanden

Op 18 juni jl is onze werkploeg gestart met het plaatsen van nieuwe nummerpalen bij de graslandpercelen in de Olde Maten en Veerslootslanden.

 

Bij de start van de samenwerking met Staatsbosbeheer zo’n tien jaar geleden zijn alle ca 340 percelen voorzien van een rasterpaal met nummerplaatje (een schapenneknummer). Deze zijn helaas vaak slecht vindbaar, slecht leesbaar, gaan ’s zomers schuil achter lang gras en steeds meer palen vallen om door rot en beschadiging bij werkzaamheden.

 

 

Dat is niet alleen lastig voor gebruikers, maar het leidt ook tot vergissingen bij beheer en toezicht. Reden waarom de ANV het plan voor vernieuwing van de nummerpalen naar voren bracht en subsidie hiervoor is toegekend door de Gebiedsalliantie Samenwerking Olde Maten.

De vernieuwing van de nummerpalen wordt gefinancierd uit het subsidiebudget van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland van Provincie Overijssel. De nieuwe perceelsnummering wordt tevens ingezet om het publiek te kunnen informeren over het beheer van de graslandpercelen. Uitgelegd zal worden dat Staatsbosbeheer en ANV Horst en Maten samenwerken, dat de graslandpercelen beheerd worden door ongeveer honderd agrarische ondernemers uit de regio, dat dat beheer bestaat uit een lappendeken van 15 verschillende typen beheer; van voorweiden en standweiden tot hooilanden en plasdraspercelen, en dat de aanwezigheid van weide- en andere broedvogels bepalend is.

 

 

 

 

Gezamenlijk Feitenonderzoek voor natuurherstelmaatregelen Olde Maten en Veerslootslanden

Op uitnodiging van Michiel Linskens van Provincie Overijssel heeft het bestuur op 30 april een overleg gevoerd in het Provinciehuis in Zwolle naar aanleiding van het Gezamenlijk Feitenonderzoek (GFO). Het ging om een informele gedachtewisseling over natuurgebied de Olde Maten en Veerslootslanden. Het onderzoek houdt verband met te nemen besluiten voor natuurherstel. De provincie wil daarbij kijken naar de werkelijke staat van de natuur. De provincie wil dat doen op basis van gezamenlijk onderzoek om de feiten scherp te krijgen. De informatie die we nu hebben, combineren we en maken we compleet, zo staat in het coalitieakkoord van het provinciebestuur:

 

Feiten als basis voor maatregelen

Bij besluiten over maatregelen voor natuurherstel kijken we naar de werkelijke staat van de natuur. Dat doen we op basis van gezamenlijk onderzoek om
de feiten scherp te krijgen. De informatie die we nu hebben, combineren we en maken we compleet.
Dit is onze werkwijze:

  • Inwoners met gebiedskennis en andere experts vormen samen een deskundigenteam. Welke experts deelnemen is afhankelijk van het gebied en de kennis en kunde die nodig is. Wij hechten waarde aan ieders inbreng.
  • Het deskundigenteam verzamelt feiten en brengt daarover een oordeel en een advies uit.
  • De resultaten worden gevalideerd door een onafhankelijk, gerenommeerd instituut. De uitkomsten hiervan zijn leidend.

De feiten zijn open en transparant beschikbaar. We laten zien wat we weten, waar deze informatie staat en vandaan komt. Ook laten we zien wat we niet weten en hoe we daarmee omgaan. Deze werkwijze vatten wij samen met ‘meten is weten’.

Deze aanpak is het begin van elk gebiedsproces, waarbij we gezamenlijk bekijken wat ‘de werkelijke staat van het gebied’ is. We kijken daarbij naar landbouw, water, klimaat, natuur, economie en de samenleving. Op basis daarvan maken we afspraken met de betrokkenen in het gebiedsproces. Deze gezamenlijke afspraken gaan over de doelen, de samenwerking, de maatregelen, de randvoorwaarden en de resultaten.

(Bron: Schouder aan schouder, Coalitieakkoord 2023-2027, Provincie Overijssel)

 

De Provincie wil het onderzoek uitvoeren samen met het gebied op basis van gelijkwaardigheid. De ANV is één van de belanghebbende organisaties die de provincie bij het onderzoek wil betrekken, naast Staatsbosbeheer, Gebiedsalliantie SOM, Gemeente Staphorst, LTO Noord en Waterschap DOD en inwoners. De provincie wil aansluiten bij lopende processen. Feiten over het gebied worden verzameld en beoordeeld en moeten leiden tot een basis voor gezamenlijke afspraken.

De ANV heeft in het overleg aan de orde gesteld dat het Gezamenlijk Feitenonderzoek het gebiedsproces  kan leiden tot het langs elkaar heen lopen van ontwikkelingen zoals van de Deelgebiedscommissie Staphorsterveld en de  koploperprojecten in Veldiger Binnenlanden en Rouveen. Reden waarom de Provincie heeft besloten dat het feitenonderzoek  over natuurherstel van natuurgebied Olde Maten en Veerslootslanden deel zal uitmaken van het overleg binnen de Deelgebiedscommissie Staphorsterveld.

Maaien, hooien of wachten

Van de graslandpercelen in natuurgebied Olde Maten en Veerslootslanden zijn er vorige week vele gemaaid en gehooid. Het was een mooie week daarvoor met veel zon en wind, en met een verwachte terugval op 30 juni naar het wisselvallige weer van de zomer tot nu toe werd door veel pachters gebruik gemaakt van de toestemming om ook de 1 juli-percelen vier dagen eerder te maaien. Dat was net op tijd om het hooi droog te kunnen winnen.

In drie rondes geven we percelen al of niet vrij om te maaien, op basis van het advies van onze ecoloog Martijn Bunskoek. Percelen met veel pitrus en ridderzuring worden in de eerste ronde (eind mei) zoveel mogelijk eerder vrijgegeven dan de maaidatum. Dat kan alleen als vaststaat dat er geen territoria van broedvogels zijn. Vervroegd maaien helpt dan om de ongewenste kruiden te beheersen.

Nu na de derde ronde van eind juni geldt nog voor 51 van de 337 percelen (15%) dat gewacht moet worden met maaien tot 15 juli, voornamelijk omdat er nog diverse soorten vogels aanwezig zijn met territoria, wat wijst op nesten en jongen. Voor 6 percelen is het maaien uitgesteld ivm de aanwezigheid van bijzonder broedvogels: 2 percelen met respectievelijk Paapje en Porseleinhoen tot 1 augustus en 4 percelen met Kwartel tot 15 augustus.

 

Cursus Inleiding beheer natuurgrasland

Speciaal voor onze leden organiseren we in Rouveen opnieuw de cursus Inleiding Beheer Natuurgrasland, in samenwerking met Aeres Hogeschool Dronten. De cursus bestaat uit 3 hele dagen en is bedoeld voor ondernemers die kennis willen maken met natuurlijk graslandbeheer en voor loonwerkers en anderen, die beheer op natuurgrasland uitvoeren in opdracht van een grondeigenaar. Met het volgen van deze cursus voldoet u aan de kenniseis die o.a. Staatsbosbeheer stelt ten aanzien van het beheer van natuurgraslanden.

 

Praktische informatie en aanmelden

Locatie: Boerderij Eben Haezer (Koetuur), Postweg 2 te Staphorst en Veldschuur, Wijkweg 2 te Rouveen.

Data: op donderdagen 12 september (Koetuur), 26 september (Veldschuur) en 10 oktober 2024 (Koetuur).

Programma: inloop 9:00 uur, start 9:30 uur, lunchpauze 12:00 – 13:00 uur, excursie 13:00 – 15:00 uur

Kosten: € 425 per deelnemer (ex btw)

Inbegrepen zijn de drie lunches en het boekje ‘Ontwikkelen van kruidenrijk grasland’ van Wim Schippers.

Niet-leden kunnen deelnemen tegen meerprijs van € 75 ex btw, mits de maximum groepsgrootte met leden nog niet is bereikt.

Groepsgrootte: minimaal 15, maximaal 25

 

Inhoud

In deze cursus komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Leer kijken door de bril van de natuurbeheerder; wat zijn zijn/haar doelen? Wat is het verschil tussen agrarisch natuurbeheer en natuurbeheer?
  • Welke maatregelen kun je nemen voor het verhogen van de biodiversiteit?
  • Probleemkruiden; welke soorten zijn typerend voor welke omstandigheden. Ook goed om te weten: niet alle probleemkruiden zijn ook een probleem voor de natuur.
  • Verschraling; het hoe, wat, waar en waarom.
  • Verschillende manieren van graslandgebruik: wat zijn de effecten van verschillende manieren? Maaien of beweiden? En hoe dan?

De inhoud van de cursus is gericht op de regio Rouveen, en hangt mede af van de onderwerpen die de deelnemers inbrengen. Na afloop kennen cursisten de basisbeginselen van natuurlijk graslandbeheer en hebben ze onder andere kennis gemaakt met de meest voorkomende natuurdoeltypen en beheermaatregelen.

 

Klik hier om aan te melden

De verpachte graslandpercelen zijn weer geschouwd

De afgelopen weken zijn het overgrote deel van de 335 graslandpercelen in natuurgebied Olde Maten en Veerslootlanden geschouwd. Dat wil zeggen: alle percelen zijn, verdeeld over vijf schouwblokken, bezocht door schouwcommissies. Elk blok heeft een schouwcommissie die – in overeenstemming met het controleprotocol – is samengesteld uit een bestuurslid van de ANV, een pachter en boswachters van Staatsbosbeheer en wordt bijgestaan door een medewerker van de ANV. Algemene indruk van de schouwcommissies  is dat het gebied er goed beheerd bij ligt. De schouwblokken zijn: Postweg-Stouweweg, Zwartewaterkloosterweg, Rechterensweg, Olde maten-Zuid en Veerslootlanden.

Bevindingen
De bevindingen van de schouwcommissies over 335 graslandpercelen zijn samengevat als volgt:

  • 311 percelen zijn beoordeeld. 24 percelen konden niet beoordeeld worden.
  • Bij 196 percelen (63%) waren er in het geheel géén aanmerkingen.
  • Bij 97 percelen (31%) waren er aanmerkingen t.a.v. het door de pachter uitgevoerde beheer.
  • Deze aanmerkingen betroffen voornamelijk constateringen als: gras niet kort genoeg de winter in (30), ongewenste materialen aanwezig (19), perceelsrand onvoldoende gemaaid (18) of de kopakker te ruig (17).  Op een klein aantal percelen lagen nog balen in het perceel, was het gemaaid gewas onvoldoende geruimd of sprake van ernstige insporing door zwaar materieel of liepen tegen de voor dat perceel geldende regels in nog schapen. De betreffende pachters zullen hierover persoonlijk worden geïnformeerd met het verzoek om beter rekening te houden met de beheervoorschriften.
  • Bij 18 percelen (6%) waren er andere aanmerkingen, bijvoorbeeld over overmatige overgroei vanuit de boksloten, nog te verwijderen gezaagd materiaal of  over het door Staatsbosbeheer uitgevoerde beheer

 

 

Op 4 december vond de schouw plaats in het blok Zwartewaterskloosterweg, een winterse ochtend.

 

Selectieprotocol blijft het uitgangspunt

In onze nieuwsbrief van 12 oktober schreven we over de wijziging van de procedure verpachten grond door Staatsbosbeheer. Aanleiding voor die wijziging was het zogenaamde ‘Didam-arrest’. Pachters hadden hierover rond 1 oktober jl. een brief ontvangen. De vraag die in dat artikel open bleef staan was of voor de Olde Maten het selectieprotocol voor uitgifte van vrijgekomen pachtgrond het uitgangspunt kan blijven. Met onze contactpersonen van Staatsbosbeheer stelden we vast dat het protocol op zichzelf lijkt te voldoen aan de regels voor openbaarheid en gelijkheidsbeginsel. 

Van Staatsbosbeheer ontvingen we vandaag het bericht dat wij het selectieprotocol voor uitgifte van vrijgekomen pachtgrond inderdaad kunnen blijven hanteren. Dat betekent dat wij pachtgronden die per 1 januari a.s. pachtvrij komen binnenkort kunnen aanbieden aan pachters volgens de wachtlijst die wij hiervoor hanteren.

Let wel: Pachters die zich in het verleden hebben aangemeld voor de wachtlijst moeten – om in aanmerking te komen – niet alleen een positie hebben bovenaan de wachtlijst, maar ook in het bezit zijn van een behaald certificaat van één van de opleidingen Natuurbeheer en Ondernemerschap (Inleiding beheer natuurlijk grasland of natuurbeheer en ondernemerschap niveau 1).

Het protocol geldt voor pachtgronden in natuurgebied Olde Maten en Veerslootslanden, waar SBB en ANV al jaren een samenwerkingsverband hebben.